Boer Boris en de bietjes

Ik heb verdriet. Ik heb geschoffeld en gewijde. Ik goot met water en gaf mest. Ik deed ontzettend goed mijn best maar de biet groeit niet.'

De bietjes in de moestuin staan er inderdaad treurig bij, waarop Berend en Sam van alles verzinnen om de bietjes beter te maken.

Ze geven water, zingen een lied en leggen verbandjes om de steeltjes van de plantjes. De schapen en de rest van 't vee brengen wollen dekens mee. De varkens knorren een verhaaltje voor.

Nadat Boris, Berend en Sam een paar keer op reis gingen naar de grote stad( Boer Boris en bakkertje Bas), naar het Zuiderzeemuseum (boer Boris en het bootje) en naar Antarctica( boer Boris en de luchtballon), blijven ze nu weer thuis op de boerderij. Het verhaal speelt zich helemaal af in de moestuin, en Boris heeft nauwelijks iets te doen.